Hassnae

Bouazza

Vrijheid is een illusie

Toen de twee New Yorkse WTC-torens neerstortten op 11 september 2001, wilden onze overheid en de media ons doen geloven dat de wereld totaal en onherstelbaar was veranderd. Terwijl in wezen het enige verschil was dat de dood en het verderf nu op Amerikaanse bodem plaatsvond in plaats van in Azië, Afrika of Latijns-Amerika. En je mocht het toen niet zeggen, maar het was een vergeldingsactie. Voor het eerst in lange tijd voelden de Amerikanen wat oorlog op eigen bodem betekent. Wat de verwoesting is die het meebrengt, het verdriet, het verlies. Tot dan, had het vernietigende geweld altijd elders plaatsgevonden, bijvoorbeeld in het verre Vietnam.

 

Ik heb me heel lang verzet tegen de gedachte dat 11 september 2001 de wereld heeft veranderd. Ik verzette en verzet me nog altijd tegen het idee dat een aanval op een Westers land erger zou zijn dan de talloze aanvallen op andere landen waar onze regering maar al te vaak aan mee heeft gedaan. Amerikaans bloed is niet kostbaarder dan Iraaks bloed. Amerikaans verdriet is niet aangrijpender dan het verdriet van mensen in Congo.

 

Toch gingen de aanslagen op de VS gepaard met dramatische veranderingen die doorgevoerd werden sinds die bewuste datum. Veranderingen om onze vrijheid te beschermen zo klonk het uit de monden van regeringsleiders. De aanslag van de terroristen, was een regelrechte aanval op onze westerse, vrije normen en waarden, werd ons ingepeperd. Het waren Osama en zijn kornuiten dus te doen om onze vrije moraal en niet, ik noem maar een dwarsstraat, om de Amerikaanse bemoeienis in het Midden-Oosten. Nee, aldus de leiders van de vrije wereld, onze vrijheid werd bedreigd en dus moest die beschermd worden door, hoe ironisch, hem te beknotten. En we zouden geen goede burgers zijn, als we het ons allemaal niet lieten welgevallen.

 

Het resultaat van die vrijheidsbescherming? Bijna anale visitaties op het vliegveld als we ons saaie leven voor een paar dagen of weken willen ontvluchten. Omdat je met de hand niet overal bij kunt, mogen we tegenwoordig onder de bodyscan. Zodat onze overheden zeker weten dat onze vrijheid geen gevaar loopt.

 

We mogen geen flesjes water meenemen in het vliegtuig, ook al is het volgens wetenschappers pure onzin dat je met een paar flesjes vloeistof een vliegtuig tot ontploffing kunt brengen. Lipstick, handcrème, zalfjes. Ze zijn alleen ongevaarlijk als je ze in een doorzichtig zakje bij elkaar doet, anders raken de douaniers in de war en gaat het terreuralarm af.

 

Ik chargeer uiteraard, maar als je ziet hoe schandalig sommige mensen worden behandeld, al zijn ze tachtig jaar en slecht ter been, kun je niet anders dan concluderen dat we een grote prijs betalen voor onze duurbevochten vrijheid.

 

Nu ik er zo over nadenk, is het eigenlijk een wonder dat we nog gewoon schoenen aan mogen als we gaan vliegen, want die Britse amateurterrorist wilde een aanslag plegen met zijn schoenen. Hoewel, dat is opgelost door reizigers hun schoenen uit te laten doen en de schoenen te scannen.

 

Het mag gezegd: in de wereldwijde strijd tegen het terrorisme, laten we ons alle vernederingen welgevallen, maar niet alleen dan. De gretige overheidsbemoeienis heeft inmiddels ongekende vormen aan genomen.

 

Neem nu de OV-chipkaart die elk traject, dat je aflegt, registreert. Of de parkeerautomaten waar je eerst je kenteken moet invoeren alvorens een kaartje te krijgen. Onbespied vreemdgaan is er niet meer bij. Als het niet de OV-chipkaart is, dan is je parkeerbonnetje wel je stille, maar niet minder verraderlijke getuige. Vadertje staat kijkt rustig mee. Mocht je vroeger kleine bedragen niet pinnen, nu word je aangespoord om het vooral wel te doen. Ondertussen monitort de overheid al je uitgaven.

 

Je kinderen zijn evenmin veilig: als ze ook maar iets afwijken van de norm die de leraar of lerares hanteert omdat die het minst uitdagend is, moet er een psycholoog bijkomen en als het tegenzit jeugdzorg, die als ze eenmaal een kans ruikt, niet meer loslaat. Als jeugdzorg eraan te pas komt, zijn de rapen vaak gaar. Vaak lijkt het erop dat medewerkers van jeugdzorg, bij wie ik regelmatig het vermoeden had dat ze zelf ook wel wat hulp konden gebruiken, erop gebrand zijn hun verworven macht koste wat kost te gebruiken.

 

Ik heb als tolk vaak bij gesprekken gezeten tussen hulpverleners en hun cliënten en dat stemde niet vrolijk. Eenmaal was er een alleenstaande moeder die er werkelijk alles aan deed de haar opgedrongen hulpverleners tevreden te houden. Ze hield haar ex op een afstand, gaf haar kinderen op Nederlandse tijden te eten en ze deed zelfs aangifte tegen haar man op aandringen van haar hulpverleenster die, zo liet ze doorschemeren, zich anders genoodzaakt zag de kinderen bij haar weg te halen omdat ze anders niet veilig zouden zijn.

 

En dus toogde de moeder volgzaam naar het politiebureau. Voelde ze zich bedreigd door haar ex-man? Nee, ze had geen last van hem, maar ze moest aangifte doen van de hulpverleenster, vertelde ze via mij aan de agent. De hulpverleenster sprak met een samenzweerderig blik in haar ogen met de agent af dat ze ook wel een keer apart aangifte kon doen, want volgens haar voelde de vrouw zich wel bedreigd. De vrouw vertelde me dat de enige reden dat ze daar zat, was omdat ze had gedreigd de kinderen bij haar weg te halen.

 

Maanden later moest ik tolken bij een kinderopvang. Het bleek voor diezelfde mevrouw te zijn: al haar vier kinderen waren bij haar uit huis gehaald. Ja, erkenden de hulpverleners, ze was een heel lieve, goede moeder die een veilig thuis voor haar kinderen had gecreëerd en haar kinderen waren bovendien dol op haar. Maar er was nu eenmaal besloten tot de uithuisplaatsing en of ze nu weer wilde kalmeren.

 

Het zou namelijk goed zijn voor de kinderen als ze, en dit verzin ik niet, tussen de middag gewoon Hollandse boterhammen zouden eten, na school iets te drinken krijgen met een kaakje en 's avonds rond zes uur het avondeten. Macaroni bijvoorbeeld. De moeder was radeloos. Haar dochter schreeuwde van verdriet, want ze wilde bij haar mama blijven. Alles heb ik gedaan om jullie tevreden te stellen, klaagde de moeder. Wat jullie ook vroegen, ik heb het gedaan en nu ben ik alleen en hebben jullie al mijn kinderen. 'Dat begrijp ik', antwoordde een van de hulpverleners, 'maar het is echt beter als u nu kalmeert want we moeten nog zoveel bespreken.'

 

Vriendschap is een illusie, zong het Goede Doel vroeger. Ik zou daaraan toe willen voegen 'vrijheid ook'. Het idee dat we hier in Nederland of in heel Europa vrij zijn, is holle praat. De moeder van vier was niet vrij haar kinderen op te voeden zoals zij wilde. Ze was niet vrij zonder bemoeienis van buitenaf haar leven vorm te geven. Omdat ze sliste en omdat haar Nederlands niet perfect was, behandelden ze haar als een infantiele onderontwikkelde en verwoestten haar leven en dat van haar kinderen. Ze gebruikte geen drugs, dronk geen alcohol, rookte geen sigaretten, betaalde netjes op tijd haar huur en zorgde dat haar kinderen goed gevoed en gekleed naar school gingen. En toch besloot jeugdzorg, gesteund door de rechter, haar leven over te nemen. Omdat jeugdzorg nu eenmaal bemand wordt door mensen wier taak neerkomt op het binnendringen van andermans leven en dat over te nemen.

 

Niet dat dat in de taakomschrijving staat, maar in de praktijk blijken ego's zwaarder te wegen dan daadwerkelijk op te lossen problemen. Niet zelden zag ik in rechtbanken gekrenkte hulpverleners die zich persoonlijk beledigd voelden als de rechter besloot dat het kind beter af was bij de ouders en hun bezwaren naast zich neer legde.

 

Kinderen worden weggehaald bij ouders voor hun bestwil. Reizigers worden als criminelen gefouilleerd op vliegvelden, en als het tegenzit afgeblaft door douanepersoneel. Als de VS hun zin krijgen, beschikken ze straks over al onze vingerafdrukken. DNA van verdachten van zedenmisdrijven wordt opgeslagen. Consumentengedrag wordt gemonitord. Internetgebruikers geregistreerd en lastiggevallen met hinderlijke reclames van websites die ze net bezocht hebben.

 

Burgers worden afgeluisterd, gevolgd via allerlei camera's op straat en op snelwegen, via die vreselijke parkeerautomaten en die OV-chipkaart, via de verplichte ziektekostenverzekering waardoor je medisch dossier toegankelijk wordt voor regeringen -tot en met de kleur van het schaamhaar van kinderen - als u zich het electronisch kinddossier nog kunt herinneren dat de regering er lang door probeerde te drukken -, via de eventuele koshere of halalmaaltijd die je bestelt als je naar Amerika vliegt, via je koopgedrag dat opgeslagen staat op je Bonuspas, Airmilespas, Kruidvatklantenkaart, via Twitter, Facebook en andere sociale media waar mensen hun ziel en zaligheid op kwakken, via alles wat je maar kunt bedenken, eigenlijk.

 

Deprimerend als je erbij stilstaat. Want het is één ding dat overheden en het bedrijfsleven ons willen beknotten. Het ergste is dat wij het allemaal maar toelaten. Als in Frankrijk onwelvallige beslissingen worden genomen, leggen burgers tenminste nog het hele land plat tot ze de overheid op de knieën dwingen. In Nederland mopperen we even, spuien ons gal op de site van het Grootste Riool van Nederland en gaan weer voetbal kijken. Onder het mom van 'ik heb niks te verbergen', laten we preventief fouilleren toe, dragen we slaafs onze identiteitskaart op zak hebben en ondergaan we stilletjes, zonder noemenswaardig protest alle verdere inperkingen van onze vrijheid. Uiteindelijk doen niet alleen de overheden het ons aan, maar wij onszelf.

 

Om dan nu toch een iets groter schrijver dan Henk Westbroek en zijn Goede doel te citeren. Multatuli:

 

De bewoners van een land zijn niet vry of onvry door de wet. De maat van vryheid wordt bepaald door de zeden.

Frankryk is onder Napoleon niet vry, zegt men, en als men z'n wetten leest, schynt die meening zoo heel ongegrond niet. Maar de bewoner van Frankryk beweegt zich, ondanks die wetten, vryer dan een Nederlander.

Wanneer wy t getal en de belangrijkheid onzer handelingen die voorgeschreven of verboden zyn door de Wet, vergelyken met al de daden die we verrichten of nalaten, gedwongen door de Zeden, zullen we zien dat we eigenlyk met de Wet al heel weinig te maken hebben, en dat háár invloed op ons doen en laten zeer onbeduidend is in verhouding tot al de dingen die een gevolg zyn van gebruik, gewoonte en sleur.

Geen wetgever, al gebood hij over tienmaal meer soldaten dan het getal inwoners van een land, zou durven bevelen wat nu de zeden voorschrijven. En omgekeerd, we buigen ons onder zeden die we niet zouden aannemen als ze waren voorgeschreven door een wetgever, hoe machtig ook.

 

Neem de heksenjacht op pedofielen die in dit land idiote vormen begint aan te nemen. Niet alleen worden vermeende pedofielen, die nog nooit een kind hebben aangeraakt, verjaagd en bedreigd door buurtbewoners, pedofiele gedachten of virtuele pedofilie is ook al strafbaar. In 2008 werd een 52-jarige man door de rechtbank van Den Bosch veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van twee jaar met een proeftijd van tien jaar, wegens virtuele kinderporno.

 

De man was in het bezit van een computeranimatie waarin een fictief en met de computer getekend meisje seksuele handelingen verrichte met een volwassen man. Volgens de rechtbank was het filmpje voor kinderen niet van echt te onderscheiden en zou het hen kunnen aanmoedigen om seksuele contacten met volwassenen aan te gaan, aldus het nieuwsbericht hierover. De wet op virtuele kinderporno moet erop toezien dat er geen foto's van echte kinderen worden gemaakt of gebruikt. Bij het filmpje waren geen echte personen betrokken, en toch werd de man veroordeeld.

 

Kies je ervoor niemand tot last te zijn en jezelf te vermaken, ontspring je de dans ook niet. Vorig jaar werd een Apeldoornse meneer veroordeeld tot een werkstraf van 50 uur omdat hij achter de computer zat te masturberen. Zijn buurvrouwen hadden hem gespot, besloten hem te filmen en aangifte te doen.

 

Dus dan zit je thuis, een beetje met je kleine ik te spelen en voor je het weet moet je je verantwoorden tegenover een rechter die het geslachtsdeel kennelijk alleen als voortplantingsinstrument ziet en zeker niet als genotsroede en mag je voor straf 50 uur schoffelen.

 

De enige juiste straf zou er één zijn geweest voor de bemoeizuchtige buurvrouwen. 50 uur lang solitaire opsluiting met 50 groot- en kleingeschapen mannen, die hen kennis laten maken met de wonderen van het snikkeldom zodat ze het een volgende keer wel uit hun hoofd laten zich te bemoeien met wat anderen in de beslotenheid van hun eigen huis doen.

 

Ben je jong en onbezonnen en ga je met je maatje een beetje aan je pielemuis zitten, word je voor je het weet gefilmd en aan de virtuele schandpaal genageld door de moderne variant van de dorpsdominee, de website GeenStijl. Een dorpsdominee die er schande van spreekt als je je vriendin op de boot neemt, in een steegje zit te vozen met je te jonge vriendje of als je je door je eigen vriendin met een voorbinddildo in je eigen slaapkamer laat penetreren.

 

De onhebbelijkheid van mensen anderen in de gaten te houden en waar mogelijk erbij te lappen, heeft epidemische vormen aangenomen. En als het daarbij bleef, zou het misschien nog te overzien zien, maar dat is niet zo. Opgejut door sensationalistische berichtgeving en in de hoop op een mediamomentje rennen volksvertegenwoordigers naar het vragenuurtje, want wat ze nu toch in de krant hebben gelezen: een meneer die zijn pony had geneukt! En ze wisten precies hoe vaak! Er had dus gewoon iemand zitten turven. Ik durf te wedden met zijn broek op zijn enkels. Of haar hand in haar broekje.

 

Hou je je handen thuis en beperk je je tot het geschreven en gesproken woord, ben je evenmin veilig. Schrijver Anton Dautzenberg werd ontslagen bij The Financial Times, omdat hij tegen de heksenjacht op pedofielen ageerde en publiekelijk pedovereniging Martijn steunde -overigens zonder zelf pedofiel te zijn. Vrijheid van meningsuiting? Dat is een lachertje. Was het eerst taboe om al te felle kritiek op allochtonen en moslims te hebben, tegenwoordig word je voor linksche, multicultiknuffelende, geitenwollensokken dragende, munttheedrinkendeGutmensch uitgemaakt als je je zorgen uit om een bekende schrijver die openlijk sympathiseert met massamoordenaar Andres Breivik.

 

Dat mag toch gezegd worden? Klinkt het verontwaardigd. Je mag erop wijzen dat Breiviks analyses hout snijden, klinkt het in koor. Waag het echter niet parallellen te trekken tussen hun knuffelpartij, de PVV en de voormalige NSB, want dan probeer je het debat te smoren en een democratisch gekozen partij weg te zetten als ondemocratisch en dat moeten we niet willen met zijn allen. De mensen die de 11 september-aanvallen destijds in een politieke context plaatsten, konden overigens ook op aanzienlijk minder begrip rekenen.

 

En dus worden lezingen en optredens afgelast als die worden gehouden door linksdragende Gutmenschen en wordt ons op het hart gedrukt dat het om een 'pistoolmetafoor' gaat als iemand oproept een Pool neer te schieten in plaats van hem aan te geven bij een meldpunt. Hij bedoelt het allemaal niet zo. Moslims zijn snoepjesgevende fascisten, maar hij bedoelt het allemaal niet zo. Breivik heeft gelijk, maar hij bedoelt het allemaal niet zo. Wie het allemaal wel zo bedoelt? Voor wie we wel massaal bang moeten zijn? Een handenweigerende baard. Die verdient het wel om wekenlang de gemoederen bezig te houden. Dan is de vrijheid van meningsuiting plots niet meer absoluut.

 

Als het een baard heeft en het bidt richting Mekka, zijn de linksche, multicultiknuffelende, geitenwollensokken dragende, munttheedrinkendeGutmensch hatende types meteen weer alert. Want dan is onze vrijheid ineens weer in het geding. Als er ergens een donkere baard aan de horizon verschijnt.

 

Er loopt op dit moment een ranzige journalist alle borreltafels op radio en televisie af om zijn boek te promoten en met droge ogen te beweren dat het een taboe is om over integratie en allochtonen te praten, het zogenaamde immigratietaboe. Er is de afgelopen jaren niets anders gedaan dan over immigratie en integratie praten. Politieke partijen bouwden er hun hele partijprogram omheen. Dus een taboe? Nee.

 

Wat wel een taboe is? Als allochtone vrouw bij Pauw en Witteman aanschuiven en protesteren tegen rammelende betogen waarin wordt beweerd dat alle Marokkanen racistisch zijn en als slaven zijn verkocht aan Nederland. Op basis van een tendentieus krantenbericht over vijf Marokkaanse jongeren die en zwangere vrouw zouden hebben mishandeld, omdat ze met een zwarte man was.

 

Ik was die vrouw bij P&W en na afloop kreeg ik driekwart van het land over me heen: want hoe haalde ik het in mijn hoofd, om als Marokkaanse vrouw mijn stem te verheffen tegen de blanke meneer tegenover me. Hoe haalde ik het in mijn hoofd babymoordenaars te verdedigen. Hoe durfde ik racisme goed te praten. Als mensen niet in staat zijn een gesprek te volgen, verdienen ze ook geen stemrecht, is mijn stelling -maar dat terzijde. 'Kankerhoer, moslimteef, berberhoer, moslimhoer, fokzeug, FUCK OFF ben je niet goed bij je kankerkop stinkhoer, kut marocjes, ga weg. Ga negers pesten in je zandbak, untermenschen, slaven van de ISLAM en hoeren van jullie pedofiel profeet, haatsnee', en iemand die zich heel erudiet verwoordde: 'In onze Nederlandse samenleving dient u zich te schamen en niet meer deel te nemen aan het publieke debat.'

 

Mooi, hè. Dat zijn dezelfde mensen die klagen dat Marokkanen Nederlandse vrouwen hoer noemen. Maar ik ben niet de enige. Ingeborg Beugel is een vrouw die finaal wordt afgebrand en op haar uiterlijk aangevallen, omdat ze met haar mening over Griekenland tegen de stroom ingaat.

 

Blanke, nihilistische domrechtse mannen hebben absolute vrijheid van meningsuiting. Mannen met een iets genuanceerdere mening moeten al iets oppassen. Allochtonen hebben alleen recht te spreken als ze domrechts napraten. Alle andere allochtonen moeten hun zielige, uitkeringstrekkende bek houden. Onderaan bungelen de vrouwen. En als allochtone vrouw met een eigen mening ben je helemaal de kut. Het agressieve, mysogiene racisme dat dan naar boven komt borrelen, daar moet zelfs Ahmedinejad in Iran niet mee aankomen. Hij zou meteen worden afgezet door de Ayatollahs.

 

Nederland presenteert zich altijd als braafste jongetje van de klas, maar een land waarin burgers elkaar het licht niet in de ogen gunnen omdat ze een afwijkende mening hebben, moet zichzelf niet zo op de borst slaan.

 

Om met Slauerhoff te eindigen die Nederland als beste in een gedicht heeft gevat en onverkort actueel is gebleven:

 

In Nederland wil ik niet leven,

Men moet er steeds zijn lusten reven,

Ter wille van de goede buren,

Die gretig door elk gaatje gluren.

'k Ga liever leven in de steppen,

Waar men geen last heeft van zijn naasten:

Om 't krijschen van mijn lust zal zich geen reiger reppen,

Geen vos zijn tred verhaasten.

In Nederland wil ik niet sterven,

En in de natte grond bederven

Waarop men nimmer heeft geleefd.

Dan blijf ik liever hunkrend zwerven

En kom terecht bij de nomaden.

Mijn landgenooten smaden mij: ,,Hij is mislukt."

Ja, dat ik hen niet meer kon schaden,

Heeft mij in vrijheid nog te vaak bedrukt.

In Nederland wil ik niet leven,

Men moet er altijd naar iets streven,

Om 't welzijn van zijn medemenschen denken

.

In het geniep slechts mag men krenken,

Maar niet een facie ranslen dat het knalt,

Alleen omdat die trek mij niet bevalt.

Iemand mishandlen zonder reden

Getuigt van tuchtelooze zeden.

Ik wil niet in die smalle huizen wonen.

Die leelijkheid in steden en in dorpen

Bij duizendtallen heeft geworpen...

Daar loopen allen met een stijve boord

- Uit stijlgevoel niet, om te toonen

Dat men wel weet hoe het behoort -

Des Zondags om elkaar te groeten

De straten door in zwarte stoeten.

In Nederland wil ik niet blijven,

Ik zou dichtgroeien en verstijven.

Het gaat mij daar te kalm, te deftig,

Men spreekt er langzaam, wordt nooit heftig,

En danst nooit op het slappe koord.

Wel worden weerloozen gekweld,

Nooit wordt zoo'n plompe boerenkop gesneld,

En nooit, neen nooit gebeurt een mooie passiemoord.

 

17 juni 2012 uitgesproken op een lezingenmarathon van Castrum Peregrini over de paradox van vrijheid.

   

© Hassnae Bouazza, 2013