Hassnae

Bouazza

Kheira

Als kind groeide ik op zonder opa en oma. Als ik mijn moeder met haar kleinkinderen zie, besef ik iedere keer weer wat een groot gemis dat is. Dat gemis werd goedgemaakt door mijn surrogaatoma. Kheira heette ze. Zij hielp bij mijn geboorte, knipte mijn navelstreng door en vanaf dat moment was ze mijn oma. Een kleine, oude, tengere vrouw die ongelooflijk ondeugend en slim was.

 

Kheira zag ik tijdens de vakanties in Marokko. Ze was altijd een vaste waarde. Als je een krakerig gegiechel hoorde, kon zij niet ver zijn. Vroeger, toen ik nog een klein kind was, ging ze gehuld in een witte ltaam: een lang gewaad waarmee ook het gezicht bedekt werd. Tegenwoordig zie je die gewaden niet meer, maar de gedachte eraan brengt altijd herinneringen naar boven naar vervlogen tijden met snikhete siësta's en heimelijke ontmoetingen tussen verliefde stelletjes. Later verruilde ze haar ltaam voor een djellaba. De verpakking veranderde, maar Kheira bleef Kheira.

 

Ze was meermaals getrouwd en gescheiden, voedde haar kleinkinderen op, omdat haar zoon een lanterfanter was. Is. En omdat ze die verantwoordelijkheid niet toevertrouwde aan haar schoondochter die het allemaal wel best vond.

 

Mij noemde ze haar dochter. En als ze mij zag en de rest van de familie, trok Kheira alle registers open: van tranen van ontroering dat ze ons weer zag, geklaag over haar oude leeftijd en gebrekkige gezondheid, tot de schunnigste moppen -en dat laatste, dat was haar specialiteit. Alles voor ons vermaak, en alles om vooral ook een fooitje mee te pakken, want Kheira, die wist wel hoe je mensen kon verleiden om een donatie te geven of voor je karretje te spannen.

 

Voorbij het masker van bejaarde verlegenheid, wond ze ambtenaren en buschauffeurs om haar vinger door per ongeluk nét het verkeerde woord te gebruiken, dat net toevallig heel erg schunnig was, waardoor de grootste diepvrieskist voor haar smolt. Kheira kende haar klassieke scheldwoorden en de nieuwste straattaal en die gebruikte ze naar hartelust. Een keer vertelde ze me een verhaal en begon onbedaarlijk te lachen. Ik grijnsde een beetje: wat bleek: ze gebruikte een ander woord voor, uhm, vulva, maar dan wat groffer, dat ik nog niet kende en dus ontging de grap me. Mensen die me kennen, zullen dit vol ongeloof aanhoren, maar heus, soms kan ik naïef zijn.

 

Kheira was een gewiekste vrouw die precies wist in welke situatie wat uit te buiten om zaken geregeld te krijgen en mensen voor zich te winnen. Een vrouw die haar eigen lot bepaalde door van mannen te scheiden, in een tijd dat de meesten hier nog nog nooit van Marokko hadden gehoord. Ze voedde haar kleinkinderen op tot zelfstandige volwassenen en ze gaf ons en mij, iedere zomer dat we er waren, een warme deken van liefde, terwijl ze tussen neus en lippen door vroeg of er geen leuke Spanjaard was om mee te trouwen.

 

Kheira is er niet meer. Ik mis haar enorm. Haar ongecompliceerd keten en de vanzelfsprekendheid waarmee ze vol vertrouwen in het leven stond. Kheira vroeg niet om schouderklopjes, ze klopte zich niet op de borst omdat ze zo'n "sterke vrouw" was. Kheira was het gewoon. Dus toen mij werd gevraagd om deze avond over de Arabische vrouwen te openen, moest ik gelijk aan Kheira denken. Lang voordat de camera's op de landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten gefixeerd bleven, lang voordat de inmiddels misselijkmakende plaat van 'onderdrukte vrouwen' was grijsgedraaid, was er Kheira en waren er haar ontelbare zusters. Vrouwen die zonder spotlicht, zonder hang naar erkenning, zonder decadent gezeur hun leven en dat van hun dierbaren veilig stelden.

 

Vrouwen die in hun eigen kleine kring het bewustzijn aanwakkerden en die in alle stilte hun eigen revoluties uitvochten. Niks zielig of onderdrukt. Eén Kheira stond gelijk aan 1000 Rutte's. Zij liet haar grijns tenminste gepaard gaan met principes en een ruggegraat.

 

En nu is de Arabische vrouw weer helemaal in.

 

Dat is mooi. We kunnen namelijk nog veel leren. Hoe je laveert in een samenleving met kruiskrabbende mannen bijvoorbeeld. Hoe je de top behaalt in een macho samenleving vol religieuze dwazen. Hoe de mannen ver achter je te laten op de maatschappelijk ladder of hen het idee te geven dat ze het voor het zeggen hebben, terwijl jij alles beslist. Hoe je je toekomst zekerstelt, zonder greintje slachtofferschap of geklaag over opvliegers. En dat alles zonder die onbedwingbare behoefte jezelf sterk, succesvol of een voorbeeld te noemen, maar gewoon omdat het vanzelfsprekend is. Omdat je jezelf en de mensen om je heen serieus neemt.

 

Ik wil ook noemen de vrouwen waarmee ik ben opgegroeid: Egyptische actrices als Yousra, Souheir Ramzy, Nabila Abid en Ilham Chahine: vrouwen die zoenden met andere acteurs en minirokjes droegen en die hiermee doorgingen ondanks de druk van de oprukkende fundamentalisten. Zij plaveiden zo de weg voor vele anderen.

 

Schrijvers als Hanan as Shaikh en Latifa Rifaat die het gevoelsleven en de seksualiteit zinnelijk op papier zetten.

 

Nadia Larguet mag ik niet onvermeld laten, de Marokkaanse presentatrice die hoogzwanger en bloot de cover van Femmes du Maroc sierde.

 

De vorige week op veel te vroege leeftijd overleden Mastoura Al Ahmadi, de Saoedische, geniqabte dichter die radicale geestelijken een goeie schrobbering gaf.

 

Maar vooral ook mijn vriendinnen van vroeger, die me kennis lieten maken met de wondere wereld van de ongeremde seksualiteit (en nee, dat was geen lesbische seks). Mijn moeder die haar dochters met humor en zelfspot aanspoorde te studeren zodat we later een goede baan zouden hebben en niet afhankelijk zouden zijn van een man.

 

En niet te vergeten mijn vader die regelmatig zijn lof uitte over zijn dochters en die om handen komende vragende mannen weer de deur wees, want zijn dochters bepaalden zelf wel met wie ze zouden trouwen.

 

Laten we in al het vrouwelijk geweld de mannen niet vergeten, want zij zijn niet altijd de onderdrukkers, maar vaak ook bakens van steun die we heel hard nodig hebben.

 

De Arabische vrouw is niet nu pas opgestaan. Ze was er altijd al. Geraffineerd, subtiel, soms ondraaglijk en onuitstaanbaar, want absoluut geen heilige, frêle pop, maar altijd heel zeker, verleidelijk: bewust van haar seksualiteit, van haar macht en haar mogelijkheden.

 

Ik salueer haar, maar vooral salueer ik Kheira en mijn vader van wie ik hoop dat ze hun gezellige onderonsjes nu in de hemel voortzetten.

 

Voorgedragen tijdens PvdA-avond over Vrouwen en de Arabische Lente op 14 oktober 2011 en eerder gepubliceerd op Frontaal Naakt.

 

© Hassnae Bouazza, 2013