Hassnae

Bouazza

Fatima-Zahra

Fatima-Zahra. Mijn biologische klok is nog niet begonnen met tikken (en wat mij betreft mag dat nog even zo blijven), maar al heel jong wist ik wel dat, mocht ik een dochter krijgen, ik haar dan Fatima-Zahra zou noemen.

 

Een van de meest vertederende aanzichten die ik in Arkel, het dorp waar ik ben opgegroeid, kan vinden, is die van mijn moeder die er de straten siert, en dan vooral in gezelschap van haar kleinzoon -op zijn fietsje, of naast haar huppelend- op weg naar de plaatselijke supermarkt, naar amitou (tante), of weer terug naar oma's huis.

 

Gekleed in haar djellaba en met hoofddoek zie ik dan al vanuit de verte haar ogen twinkelen en haar gezicht lachen. Mijn moeder.

 

Het is de vrouw die ons allen hard aanspoorde te studeren en iets van ons leven te maken, en die haar dochters net zo hard stimuleerde hun best te doen om later niet door een man gedomineerd te worden.

 

Toen ze een keer hoorde dat een ernstig gefrustreerde klasgenoot van mij over haar had gezegd dat ze er 'onderdrukt' bij liep 'met haar hoofddoek', moest ze hartelijk lachen. 'De arme maakt zich zorgen om me', was haar reactie. Haar bijnaam voor hem was nummer 33, omdat hij op dat huisnummer woonde.

 

Het is diezelfde gehoofddoekte vrouw die mensen bevlogen uitlegde wat ik nu precies schreef over rapmuziek en waarom ik al die rappers wilde interviewen: om uit te leggen dat er achter al die harde taal en scheldwoorden een boodschap schuil ging. De namen van de rappers kende ze ook, hip als ze is. Als ik dan weer eens te ver ging met mijn grote mond en zij me met een grote lach vroeg op mijn taal te passen, verweerde ik me altijd dat ik geïnspireerd was door de rappers, want die zeiden immers ook altijd alles in grove, maar eerlijke bewoordingen.

 

Mijn moeder. Toen ik oude foto's aan het bekijken was voor deze serie en ik er eentje met haar erbij vond, zei ze dat zij niet belangrijk was en dat het om mij ging. Maar liefste mams: jij bent mij en ik ben jou.

 

Steeds als ik haar aankijk word ik overkomen door een groot gevoel van verdriet. Afgelopen jaar verloor ze na 47 jaar huwelijk haar man, onze lieve vader. Het verdriet dat zij moet voelen, gaat mijn voorstellingsvermogen te boven, desalniettemin staat zij ferm. Zij heeft haar gevoel voor humor, haar doortastendheid en kracht, haar levenslust en bovenal haar liefde voor haar kinderen niet verloren.

 

Zij is als Moeder de Gans die nog steeds het warme nest bewaakt wachtend op het moment dat haar jongen weer terugkomen en zij hen kan omarmen. Bij alles wat ze doet en zegt, bemerk je haar scherpzinnigheid en weer die ongelooflijke humor, ook al is de grap nog zo ranzig en doet ze nog zo haar best om afkeuring te veinzen.

 

Mijn moeder vertegenwoordigt voor mij al het goede, het zuivere, het openhartige en ruimdenkende en bovenal het warme en liefdevolle.

 

Ik kan alleen maar hopen dat ik later zoals zij zal worden. Een schitterende bloem. Een Fatima-Zahra.

 

In 2005 gepubliceerd in Het Parool

 

© Hassnae Bouazza, 2013