Hassnae

Bouazza

Broodroof

Mensen financieel uitkleden door hen aan te klagen wegens smaad om zo onwelvallige publicaties tegen te houden. In het Verenigd Koninkrijk leidde de zogenaamde libel law die smaad tegen moet gaan, tot libel tourism. Rijke Saoedi's vlogen in hun privé jets naar Engeland om kritische publicaties tegen te houden en tegenstanders financieel te raken.

 

Een zorgelijke praktijk die in Engeland sinds drie jaar onder de loep wordt genomen om burgers en journalisten te beschermen tegen deze opmerkelijke toeristen in strijd tegen het vrije woord. Onafhankelijke schrijvers en kleine uitgeverijen zijn niet bestand tegen de kosten die zulke zaken met zich mee brengen, want met een beetje pech blijft de eiser net zo lang procederen tot ze bankroet zijn, een risico dat weinigen zullen nemen en daarom maar overgaan tot intrekking van de betreffende publicatie.

 

6 Maart jongstleden riep een aantal Britse prominenten, waaronder komiek Stephen Fry en auteur Salman Rushdie, in een open brief de politiek op door te zetten met de hervorming van de smaadwet en deze niet te op te offeren wegens politiek gekibbel.

 

In Nederland is sinds een aantal jaar iets anders, maar toch ook vergelijkbaars gaande: mensen met onwelvallige meningen worden aangepakt via hun werkgever. Sinds twee jaar proberen sujets uit de islamofobe hoek mijn partner, hoofdredacteur van de website Frontaal Naakt, werkeloos te krijgen door bij zijn werkgever te klagen over zijn blogs en uitspraken waar ze aanstoot aan nemen. Dit gaat niet op zachtzinnige wijze: valse verdachtmakingen en laster worden hierbij niet geschuwd.

 

Hetzelfde maak ik mee sinds voormalig GroenLinks-leider Femke Halsema bekend maakte met mij een documentaireserie te willen maken over moslimvrouwen. Op Twitter en in blogs wordt er schande van gesproken dat ze met een 'haatsnee' als ik (hilarische verbastering van mijn naam) samenwerkt en vragen mensen haar of ze wel weet met wie ze te maken heeft.

 

Nu zou dat nog enigszins te billijken zijn als het beperkt bleef tot het wereldwijde web waar vergiftigde meningen heen en weer geslingerd worden, maar de virtuele grens oversteken richting iemands inkomen, lijkt me een ontwikkeling die wel wat meer aandacht verdient, want we zijn de enigen niet dit dit overkomt.

 

Het internet heeft een democratisering van de media met zich meegebracht. Mensen zijn niet langer afhankelijk van de officiële mediabronnen voor hun informatie, evenmin van welwillende redacteuren die hun commentaar in de brievensectie kwijt willen. Je hoeft slechts een blog op te zetten of een Twitteraccount te openen en je kunt je uitleven. Dit heeft in de loop van de jaren tot kruisbestuiving geleid: bloggers drongen door tot de traditionele media en gevestigde journalisten manifesteerden zich ook via blogs. Barrières naar podia vielen weg. De aversie tegen de elite die zo lang de krantenpagina's en media bevolkte, maar ook tegen 'de hoge heren en dames in Den Haag' nam epidemische vormen aan. 'Weg met de elite', schreeuwde het volk in capslock en met veel uitroeptekens. Op zich niks mis mee, maar wat ervoor in de plaats is gekomen, is vele malen erger en doet me hevig verlangen naar de tijd dat er nog een elite bestond met ruggegraat en principes en die niet alleen bezig was met de eigen mores, maar het algemeen belang. Het soort elite dankzij wie we vrijheid van meningsuiting kregen, de trias politica en algemeen stemrecht. Een elite die boven zichzelf uit kon stijgen en die doordrongen was van de waarde van kunst, cultuur, onafhankelijke wetenschap en de verwerpelijkheid van rassentheorieën.

 

Nu moeten we het doen met Volkskrant- en Trouwcolumisten die werkgevers benaderen van tegenstanders en impliciet danwel expliciet voor beroepsverboden en zwarte lijsten pleiten, gesteund door machtige media als GeenStijl die privégesprekken van mensen online plaatsen, virtuele lynchmobs organiseren, een Hitlersnor plaatsen op een vrouw als Sonja Barend (omdat ze zich uitsprak tegen Wilders en het uitzettingsbeleid van asielzoekers nota bene), onsmakelijke grappen over de Holocaust maken, en zonder scrupules in een adem door tegenstanders wegzetten als antisemiet, niet alleen verstokte critici waaronder ikzelf, maar ook een Holocaust-overlevende als Hajo Meijer.

 

Dit is onze elite. Zij bepalen de toon, dirigeren de aanval en kraaien vervolgens victorie. Ze zijn opgenomen door het establishment dat hen uit angst of pure bewondering in de armen heeft gesloten.

 

Onwelvallige meningen worden gesmoord, het debat wordt gemeden en in plaats daarvan wordt toevlucht gezocht tot persoonlijke verdachtmakingen en broodroof. Ondertussen houden politici zich ledig met zogenaamde participatiecontracten, terwijl daadwerkelijke problemen die de vrijheid en democratie in de kern aantasten, genegeerd worden. Zoals ten tijde van Fortuyn de media en politici achter de feiten aanhobbelden en veel te laat opmerkten hoe groot de onvrede was. Zo staan journalisten en politici nu met hun kop in het zand, te bang om tegen de nieuwe politiek correctheid in te gaan, te doodgepolderd om eens stelling te nemen tegen deze nieuwe en kwaadaardige vorm van censuur en het inmiddels modieus geworden racisme, dat bepaalde meningen uitsluit en van binnenuit de vrijheid uitholt.

 

Nu ben ik niet vies van een hard en fel debat, integendeel. Ik kan uithalen en doe dit bij tijd en wijle met plezier. Dat hoort in een gezonde maatschappij. Laster is echter een stap te ver. Iemands brood willen ontnemen, vele stappen te ver. Dat inmiddels gevestigde publicisten meedoen aan dit spel, waarover iets te makkelijk de schouders worden opgehaald met makkelijke jij-bakken als zou je erom vragen wanneer je je scherp uit, is uiterst zorgwekkend.

 

Als we zo gaan beginnen, kunnen we de volgende keer als er ergens boze baarden vlaggen staan te verbranden en er handelsboycots dreigen, de verontwaardiging ook wel achterwege laten. Want je vraagt er toch wel om als je mensen gaat beledigen. Of toch niet?

 

 

© Hassnae Bouazza, 2013