Hassnae

Bouazza

Zwarte mannen

De Saoedische journalist en expert in islamitisch fundamentalisme Mishari al-Zaydi beklaagt zich in zijn column in de krant Asharq al Awsat over de partijdigheid van de Arabische media: 'Of je steunt de revolutie onvoorwaardelijk of je valt die hard aan, zonder kritische vragen te stellen bij belangrijke details.'

 

Al-Zaydi maakt zich namelijk zorgen om de heldenrol die de rebellen wordt toegeschreven, want onder hen zitten veel jihadisten. Zo is Abdelhakim Belhadj als ster van het Libische verzet onthaald en inmiddels commandant van de Tripoli Militaire Raad, maar diezelfde Belhadj heeft als jihadist zijn sporen verdiend in Afghanistan en kreeg, hoe ironisch, een tijdje terug amnestie van Seif-al-Islam, de zoon van Khadaffi.

 

Belhadj is binnen jihadistische kringen bekend als Abu Abdullah Assadaq; hij vocht mee in de Afghaanse oorlog, werd in 2004 in Maleisië en Afghanistan gearresteerd en door de CIA in Thailand verhoord voor hij werd uitgezet naar Libië. Tijdens de opstand veranderde zijn status van 'gezocht' naar held.

 

Al-Zaydi wil gerust aannemen dat Belhadj geen deel uitmaakte van de Libische Islamitische Strijders (Libyan Islamic Fighting Group, een soort islamitische jihad, een gewelddadige groepering), maar hoe zit het met al die andere jihadisten die bij de rebellen zitten als er straks, bijvoorbeeld, een seculiere regering komt, zo vraagt hij zich af. De kans dat zij dan hun wapens op de Nationale Overgangsraad richten, acht hij realistisch.

 

Collega-columnist en adjunct-hoofdredacteur van dezelfde krant, Sal-man Aldossary, is het niet eens met Al-Zaydi. Hij gelooft dat de salafisten juist net zo veel recht hebben om deel te nemen aan de toekomst van Libië en dat het gevaar van de Libische Islamitische Strijders wordt overdreven.

 

Kritiek op de Arabische verslaggeving rond Libië was er ook van de Palestijns-Amerikaanse columnist en schrijver Ramzy Baroud: hij hekelt het gebrek aan aandacht voor het racisme in de Libische samenleving en wijst erop hoe de media iedere 'zwarte' als Khadaffi-loyalist in beeld brachten, terwijl het land vele donkere Afrikanen herbergt die er werkten en wellicht niks te maken hadden met de 'genadeloze huurmoordenaars' die synoniem waren geworden aan 'zwarte mannen'. Als gevolg daarvan was er in de media geen aandacht voor de brute aanvallen op onschuldige zwarte mannen door boze Libiërs. Inmiddels heeft ook de voorzitter van de Afrikaanse Unie de rebellen ervan beticht willekeurig zwarte mensen te hebben vermoord.

 

Wat dat 'zwarte' betreft, daar doen we hier in Nederland niet voor onder. In een opmerkelijk bericht op de nieuwssite nu.nl werd gewag gemaakt van 'gitzwarte mannen' die ons roomblanke Nederlandse fotomodel in Libië wilden verkrachten.

 

Zwarte, hitsige mannen, weerloze, sexy vrouwen, roddel en achterklap. De verschillende revoluties in de Arabische landen zijn sowieso groot entertainment geworden in het Westen. Werd de opstand op het Tahrirplein nog gebracht als een grote openlucht-Big Brother met zang, dans, rellen, huwelijken die gesloten werden en bevallingen die er plaatsvonden, in Libië werd de strijd gepresenteerd als een computerspel waar villa's veroverd werden en intieme fotoalbums extra bonuspunten opleverden in de jacht op de verdreven tiran.

 

'Het belooft weer een spannende dag te worden,' schreef de Volkskrant, 'volg de gebeurtenissen hier, van minuut tot minuut!' En we werden niet teleurgesteld: een blonde, Hollandse playmate, een aanbeden Condoleezza Rice, kleding die werd buitgemaakt. De nietsvermoedende toeschouwer zou bijna denken dat ze daar in Arabië in opstand zijn gekomen voor ons vermaak. 'Skynews, je moet bij Skynews zijn!' En hup, als een horde Japanse toeristen zapte iedereen snel naar Skynews, omdat die de sappigste verslaggeving had. Een revolutie is mooi, maar je moet er wel wat bij te smikkelen hebben.

 

De berichtgeving in de Arabische media was ingetogener. De strijd in Libië duurde maar voort en bovendien worstelen de verschillende landen met hun eigen interne onrust. In buurland Algerije kwam de val van Tripoli, en dus Khadaffi, wel hard aan. Daar kopte een van de Algerijnse kranten groot 'Algerije heeft zich misrekend', met daaronder een foto van de Algerijnse president Bouteflika en Khadaffi in betere tijden. Libië was altijd een trouwe bondgenoot van Algerije in de samenwerking met Polisario, het Saharaanse bevrijdingsleger, maar sinds de successen van de Libische rebellen hult de Algerijnse overheid zich in stilzwijgen - en ook dat wordt door de landelijke pers opgemerkt. 'Oorverdovende stilte op ondergang Khadaffi' luidde een andere kop.

 

De band tussen de twee landen is zo hecht dat er geruchten waren dat Khadaffi en zijn gevolg naar Algerije zouden zijn gevlucht, maar dat bericht werd door de Algerijnse overheid 'categorisch' ontkend. Tot het land vorige week toegaf dat de vrouw, dochter en twee zoons van Khadaffi naar Algerije waren gekomen en ze om humanitaire redenen waren opgevangen.

 

Algerije heeft verder geen commentaar gegeven op de ontwikkelingen in haar buurland. Marokko, de oude rivaal van Algerije, heeft de Nationale Overgangsraad inmiddels erkend en flink uitgepakt met het nieuws dat er vijfhonderdzesenvijftig Polisario-strijders zijn gearresteerd onder de Khadaffi-loyalisten en dat deze strijders met goedkeuring van Algerije meevochten. Dit bericht zal de toch al kille verhouding tussen Marokko en Algerije op scherp zetten. Beide landen zijn het al jaren oneens over de Sahara-kwestie: Marokko beschouwt de Sahara als deel van haar land en Algerije steunt Polisario actief in haar strijd voor een onafhankelijke Westelijke Sahara.

 

De berichtgeving in de Algerijnse pers leidde tot interessante discussies in de reactieruimtes van online kranten. Op de site van de krant El Watan schrijft een Algerijnse expat dat hij niet begrijpt waarom Algerije zou moeten reageren op de gebeurtenissen in Libië, want in Algerije reageren ze niet eens op de gebeurtenissen in eigen land. In alle Arabische landen broeit het, behalve in Algerije, zo schrijft hij. 'Als morgen het brood tien keer duurder wordt, doen ze er alles aan om dat geld bij elkaar te sprokkelen, maar het zal niet in ze opkomen om de regering daarvoor verantwoordelijk te houden. Algerije is een land geworden om van te kotsen.'

 

Nog onlangs was er een grote bomaanslag in Algerije en het land verkeert nu in de hoogste alarmfase vanwege aanslagen die worden verwacht. President Bouteflika heeft nieuwe wetswijzigingen voorgesteld, maar volgens de oppositie gaan die niet ver genoeg. Het zal interessant zijn te zien of de aanwezigheid van de Khadaffi's tot nog meer problemen leidt. Het Islamitisch Algerijns Bevrijdingsfront heeft de opvang van Khadaffi's familie alvast veroordeeld.

 

Een andere lezer die op al het nieuws reageerde, vond de berichtgeving te simplistisch en vroeg zich af of je een partnerschap met de duivel moet aangaan om de vijand te verslaan. De vijand is Khadaffi en de duivel het Westen, dat slechts aast op de Libische olie.

 

Die olie, of het gebrek eraan, is de reden dat Syrië niet wordt aangevallen, zo is de algemene gedachte. Bij Syrië speelt ook de warme band met Iran en Hezbollah een belangrijke remmende rol. Als het land wordt aangevallen, zullen haar bondgenoten niet stil blijven zitten en dus houdt het geweld in Syrië aan.

 

Ook de hechte relatie met Rusland werkt als buffer tegen eventuele resoluties van de Verenigde Naties. Nasser al-Sarami, hoofd Media bij tv-zender Al-Arabiya, begrijpt die liefde voor Rusland in de Arabische landen niet. De steun van Rusland voor de despoten vinden velen in de regio positiever dan de haat van het Westen. Maar wat hebben die steun en mooie woorden ('waar wij zo emotioneel op reageren en aan hechten') concreet opgeleverd, vraagt Al-Sarami.

 

Een van de populairste presentatoren, de Libanees George Kurdahi, veroordeelde de 'overtrokken' verslaggeving rond Syrië door 'bepaalde zenders' en sprak zijn steun uit aan de Syrische overheid: 'Stabiliteit in Syrië betekent ook stabiliteit in de omringende landen.' Hij zag zijn nieuwe MBC-programma, waar veel reclame voor werd gemaakt, van de buis gehaald. Nieuwszender Al-Arabiya is namelijk van MBC. MBC is in Saoedische handen en de band tussen Saoedie-Arabië en Syrië is flink bekoeld.

 

Assala Nasri, een van de succesvolste Syrische zangeressen, sprak juist haar bewondering uit voor de demonstranten en werd hierop aangevallen door haar landgenote, de beroemde actrice Ragda. Volgens Ragda weet Assala niet waar ze het over heeft en verschilt de situatie in Syrië met die van de andere landen. Assala kon haar steun uitspreken omdat ze in Egypte woont, waar de sympathie voor de Syrische demonstranten groot is.

 

Eerder gepubliceerd in Vrij Nederland.

 

© Hassnae Bouazza, 2013