Hassnae

Bouazza

Rechtstaat

Iedere keer als een taboe wordt doorbroken, gebeurt er iets goeds, iets enerverends. Taboes zijn slechts de katers, het product van zieke geesten, zou je kunnen zeggen, van bange mensen die niet de moed hadden te leven en die ons onder het mom van moraliteit en religie zaken opleggen, aldus de Amerikaanse schrijver Henry Miller.

 

Moraliteit, religie, angst. Voeg daaraan toe een chronisch gebrek aan zelfkritiek en je hebt de perfecte voorwaarden voor wat fijne taboes waarmee je een samenleving eens lekker kunt verstikken.

 

Opgroeiend in Nederland dacht ik altijd dat we hier geen taboes kenden. Ik bedoel: in een land waarin je als kind de piemel van Jeroen Krabbé onder ogen krijgt in de televisieserie De Fabriek, lijkt alles geoorloofd, niet waar. Een blote Jeroen Krabbé, ik ben er nooit overheen gekomen. Nog maar koud in Nederland en dan al zo'n ontgroening.

 

De periode van verkrampte politiekcorrectheid heb ik niet bewust meegemaakt. In die jaren was ik voor mijn blanke schoolgenoten een vieze Turk bij wie ze probeerden af te kijken tijdens repetities. Het taboe om als blanke kakker met me om te gaan, werd in de ijver voor een hoger cijfer genegeerd. Niet door mij overigens. Ik ging dan nog eens extra met mijn armen om mijn papier zitten: vóór en ná de repetitie een vieze Turk, dan tijdens de repetitie ook een vieze Turk. Het is van tweeën een, wist ik toen al.

 

Dat maken van keuzes gaat niet iedereen makkelijk af, merk ik steeds vaker.

 

Jarenlang zijn we murw gepreekt in Nederland: dat vrijheid van meningsuiting nu eenmaal bij een beschaafd land hoort, dat moslims zich niet moeten aanstellen en dat woorden, harde woorden, bij een vrij en open debat hoorden. Want "zo doen we dat in Nederland. In Nederland práten we erover".

 

Dat van dat vrije en open debat werkt om één of andere reden nooit zo goed wanneer een allochtoon of een moslim eens wat harde woorden bezigt. Dan was die vrijheid plots niet meer zo absoluut. Dan werd er gerept van gevaarlijke sympathiën, die een gevaar zouden kunnen vormen voor de rechtsstaat. Ambitieuze politici verdrongen elkaar voor de camera van Ferry Mingelen om dat eens ferm af te keuren. Welke rechtsstaat?, vraag ik mij nu af.

 

Wat betekent een democratische rechtsstaat nog als mislukte minkukels anoniem en ongestraft mensen mogen belasteren? Wat blijft er van de vrijheid van meningsuiting over (ik kan de woorden bijna niet meer in de mond nemen, zo gruwelijk misbruikt is dat recht door de meest bekrompen anti-liberalen), als dat een puur particulier recht is geworden van de grootste schreeuwers?

 

Vrijheid van meningsuiting houdt niet in het recht om te belasteren. Het is niet het recht van de sterkste, het is niet het recht van de grootste bek. Al doet de realiteit te vaak anders vermoeden.

 

Het lijkt erop dat, met de commercialisering van de politiek, de eigen ego's en de persoonlijke gevoelens tot extreme proporties zijn uitvergroot en of iedereen potverdorie wel eens rekening met die ego's zou willen houden, ja.

 

Mensen die het hardst schreeuwen om vrijheid, zijn het grootste gevaar voor diezelfde vrijheid. Zij denken echt dat vrijheid betekent dat zij uit mogen halen en dat anderen dankbaar moeten incasseren zonder enig weerwoord. Dit geldt voor de gedoogpartij met haar anderhalf miljoen Henk en Ingrids, dit geldt voor subsidie-allochtonen die in elke kritiek een roofoverval op hun subsidiepotje zien en dit geldt voor 's lands intellectuele elite die drukker bezig is met populistische ijdeltuiterij dan met wezenlijke beschouwingen en analyses.

 

Maar standpunten innemen is verwaterd tot compromissen sluiten, en principes zijn verworden tot overtollige bagage, want er moeten bruggen geslagen worden, mensen, want we mogen vooral niet meer polariseren. En polariseren, dat houdt tegenwoordig in dat je gewoon je mening geeft. Over Zwarte Piet bijvoorbeeld.

 

De afgelopen weken heb ik gefascineerd de discussie rond Zwarte Piet gevolgd, want wat bleek: mensen die werkelijk óveral een mening over hebben, die de kunst van het beledigen als dagtaak hebben en die zonder scrupules gelovigen met hun denkbeeldige vriendje dag in dag uit bespotten, bleken in Zwarte Piet hun achilleshiel te hebben. Eigenlijk heel aandoenlijk. Kom niet aan Zwarte Piet! Schreeuwden ze. Maak je druk om echt belangrijke zaken! Dat gezeik over Zwarte Piet, klaagden ze. Rot dan op uit Nederland als je Zwarte Piet zo erg vindt!

 

Ver, ver boven God, Jezus, Buddha, Jahweh en de profeet Mohammed, staat dus Zwarte Piet als allerheiligst. En zo hebben we allemaal onze gevoeligheden. Zo denkt een ieder recht te hebben op een beetje sympathie, wellevendheid voor dat wat hem of haar heilig is.

 

Maar alleen als het hen uitkomt, want ieder ander moment is het raak: het in hokjes plaatsen, in kampen indelen en het grof beschimpen van mensen met afwijkende meningen.

 

Als je als vrouw het lef hebt je uit te spreken, kun je wachten op de hausse aan beledigend bedoelde opmerkingen over je uiterlijk. Vaak door Elephant Man-achtige figuren die het daglicht niet kan verdragen. Zodra zijergens verschijnen, daalt het duister in.

 

Als je kritiek uit op de Grote Gedoger, kun je honderden bedreigingen tegemoet zien. Van aanhangers die met droge ogen en heel veel spelfouten beweren zich zorgen te maken om de vrijheid in ons land.

 

Plaats kanttekeningen bij gesubsidieerde Mocro's die zich revolutionairen in de diaspora wanen en je krijgt meteen naar je hoofd geslingerd dat je een spion van de vijand bent.

 

Bekritiseer een lid van de grachtengordelelite en je kunt je freelance opdrachten voor deez' of gene periodiek wel op je buik schrijven.

 

Wijs op de overdreven heksenjacht op pedo's en je wordt zelf van pedofilie beticht.

 

Sta op tegen racisme en je wordt weggezet als een theedrinkende, islamlikkende landverrader.

 

Was er vroeger een taboe op racisme, tegenwoordig is het een taboe om het te signaleren. Want wat is er mis mee om Marokkanen voor Rifapen voor uit te maken? Of moslims voor zandnegers? Of een net overleden Turk voor een Dönervreter? Islam is geen ras!

 

Eloquentie en eruditie hebben plaatsgemaakt voor ordinair geschreeuw met heel veel uitroeptekens.

 

Inhoud en onderbouwing voor laster en beschamend gescheld.

 

Idealen en bevlogenheid voor eurotekens en netwerk-mogelijkheden.

 

En je kunt er niet aan ontkomen, hè. Via het Internet zal de gewone man of vrouw, de inmiddels beschimmelde uitkeringstrekker zijn mening opdringen of je het wilt of net. Al moet-ie er vijftig Twitter-accounts voor aanmaken. Alsof zijn hele bestaan ervan afhangt.

 

Alles draait om het ego. Openbare zelfbevlekking is de norm geworden. Sterker: met angstige ogen doneren politici quotes aan types met een roze microfoon, ik wil hier zeker niet het woord 'journalisten' gebruiken, die een carrière hebben opgebouwd met het kapotschrijven van mensen. Rücksichtslos walsen ze over anderen heen, maar als het dan opeens over hen gaat, willen ze, nee, eisen ze empathie. Fuck de rest, als zij zich maar goed voelen.

 

En dat, dames en heren, is de totale uitholling van de rechtsstaat. Het finale failliet ervan. Want we kijken ernaar en zwijgen. We zwijgen als er lezingen afgelast worden en andersdenkenden geïntimideerd. Alsof het minder erg is om door een boze, blanke burger bedreigd te worden dan door een dwaze baard.

 

Als kind hoorde ik vaak de uitdrukking 'ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken'. Geen betere omschrijving van de huidige rechtsstaat. Oude taboes zijn gewoon verruild voor nieuwe en dat met een humorloze verbetenheid en een allesverzengende hypocrisie die het ergste doet vrezen voor de toekomst.

 

Voorgedragen tijdens de Nacht van de Rechtstaat op 25 november 2011.

 

© Hassnae Bouazza, 2013