Hassnae

Bouazza

I.M. Anil Ramdas

Drie keer mocht ik te gast zijn bij Anil Ramdas' programma Z.O.Z. Mijn beeld van hem was gekleurd door de vele negatieve verhalen en meningen die over hem de ronde deden. Zwaar bewapend met mijn vooroordelen toog ik naar de studio, maar tijdens onze eerste ontmoeting was ik om: niet eerder was ik zo snel verzot op iemand geraakt als op Anil. Een beminnelijke, charmante man vol humor die buitengewoon hartelijk was.

 

De tweede keer dat we elkaar zagen, had ik een bioscoopafspraak afgezegd om bij hem aan te schuiven. Hij beloofde me het goed te maken met bioscoopkaartjes mits we naar de Iraanse film A Separation zouden gaan, want hij was er zo diep door geraakt. Bevlogen en met veel gebaren vertelde hij over de film en de enorme indruk die deze had achtergelaten op hem.

 

Begin januari van dit jaar was de derde gezamenlijke opname voor Z.O.Z. en later in januari zag ik hem nog tijdens het Writers Unlimited Winternachten Festival. Met die mooie, hartelijke lach van hem, waar zoveel achter schuilging.

 

Een warme omhelzing, een klein pesterijtje. Het was het laatste wat ik met hem deelde. Ik heb hem nooit gezegd dat we A Separation hebben gezien. Niet verteld dat hij gelijk had. Niet zijn verdriet verlicht.

 

Anders dan veel van zijn elitaire collega's, had Anil er geen moeite mee impopulaire standpunten in te nemen en stormen van kritiek te doorstaan. Zijn opiniestuk, waarin hij PVV-stemmers white trash noemde, kwam hem op woedende en vooral hardnekkig rancuneuze reacties te staan. Vandaag toonden de vele misselijkmakende en van alle menselijkheid gespeende reacties op zijn dood zijn gelijk aan.

 

Ik had hier op kunnen schrijven wat hij allemaal gedaan en geschreven heeft, waar hij gewerkt heeft, wie zijn vijanden waren. Maar dat doet er allemaal niet toe. Anil was een mooi mens, zoals er maar weinigen van zijn. Oprecht betrokken. Hij verdiende beter. Veel beter.

 

Rust zacht, lieve Anil. Ik hoop dat je nu je thuis hebt gevonden.

 

Eerder gepubliceerd op Frontaal Naakt.

 

© Hassnae Bouazza, 2013